Biotechnische bestrijding van varroamijten :

De vliegermethode

 

Toen ik eind de jaren tachtig na veel experimenteren deze methode op punt stelde, was ik bijna imker af. Ik had veel bijen verloren, maar zeer gelukkig dat ik de oplossing had gevonden. Toen ik in 1992 deze biotechnische methode voor de tweede maal publiceerde was er helaas weinig belangstelling voor. Met het toen beschikbaar chemisch bestrijdingsmiddel was er geen vuiltje aan de lucht. Maar na een paar jaar wel in de was. Doch niet getreurd, een ander middel bracht de oplossing. Na enige jaren hetzelfde gedonder, wéér de was gecontamineerd. Er volgde er nog, met dezelfde nadelen. Wat te verwachten was, op sommige plaatsen is er nu sprake van resistentie. Om dit probleem op te lossen word er nu geadviseerd twee chemische producten te gebruiken. De mijten die niet van het ene, zullen hopelijk wel van het andere product sterven.

Nu is men gelukkig tot de conclusie gekomen dat de chemische bestrijding niet de zaligmakende oplossing is. En heb ik begrepen dat er voor de biotechnische bestrijding van de varroamijt meer belangstelling bestaat. Daarom wil ik deze methode nogmaals publiceren. Vele jaren later in grote lijnen ongewijzigd gebleven maar nog altijd even doeltreffend. “De vlieger methode” is een biotechnische werkmethode met een zeer hoge graad van efficiëntie. Het lijkt misschien wel wat meer werk, doch dit is maar schijn. Men mag echter niet vergeten dat men veel zaken gelijk doet.

  • 1.Zwermverhindering: Wanneer men de vlieger maakt tijdens de zwermperiode (ong. half mei) hoeft men de eerst 5-6 weken na het maken van de vlieger geen zwermcontrole te doen. Wat toch een belangrijke tijdsbesparing is.

  • 2.Koninginneteelt: Men kan in het hoogsel dat men wegneemt koninginnen telen.

  • 3. Varroa-bestrijding: Zonder chemie, goedkoop, duurzaam, geen contaminatie, en geen resistentie.

  • 4.Kweken van sterke volken: men kan de volken die men deelde, op gepaste tijden terug verenigen, met behoud van de beste koningin. Wat je extra honing opbrengst geeft.

  • 5. Grondig selecteren: omdat men niet met chemie werkt kan men selecteren op kwaliteit en op varroa tolerantie.

 

Om gemakkelijk en economisch te werken heeft men per kast wat extra materiaal nodig:

Twee speciale raampjes (één voor elke broedbak) waarin men in de bovenste helft 3 vervangbare secties (10 X 10 cm nuttig oppervlakte) kan plaatsen. Verder een bodem, een deksel, en een extra koninginnerooster.

Natuurlijk is dat een extra investering, die men echter maar eenmaal moet doen, en op termijn zal renderen. Om de eenvoudige reden dat men geen chemische producten meer hoeft te kopen die ook veel geld kosten. En uiteindelijk in de honing kunnen terechtkomen.

In principe komt het hier op neer, dat men al het broed wegneemt, waarvan men dan een broed aflegger maakt. Men kan de vlieger maken vanaf half mei of op het einde van de zomerdracht op 20 juli. De beste tijd is half mei. Men hoeft dan tot 5 a 6 weken na het maken van de vlieger geen zwermcontrole meer te doen. Tijdens de zomerdracht laat men dan nog een darren raat opwerken die men na 26 dagen nadat deze verzegeld is wegneemt en vernietigd. Maak je echter de vlieger ong. 20 juli, dan laat je in het voorjaar een darren raat opwerken om te vernietigen. Zo vangt men nogmaals veel mijten.

Nu volgt een meer nauwkeurige beschrijving van de werkwijze.

-Op dag – 24 legt men een koninginnerooster tussen de twee broedbakken. De bedoeling is dat de koningin in de bovenste broedbak zit tussen de rooster onder de honingzolder en de rooster op de onderste broedbak.

Met andere woorden de koningin zit nu opgesloten in het middelste hoogsel. In dit hoogsel hangt men ook een raam met een stripje was om door de bijen te laten opwerken als darren raam (In geen geval een opgewerkte darren raam, of een raam met een darren waswafel gebruiken)

-Op dag – 10 is tien dagen voor het maken van de vlieger, hangt men midden in het broednest een raam waarin in de bovenste helft secties zijn gemonteerd. Elke sectie voorzien van een stukje (1/3) werksterraat. Eén van die secties heeft men later nodig als loksectie in de vlieger.

-10 dagen later op dag O zijn de secties mooi opgewerkt, belegd, en zelfs gedeeltelijk voorzien van larfjes, het stukje werksterraat met werksterbroed, en de rest met darrenbroed. Men kan nu de vlieger maken.

Men neemt de broedbak waarin zich de koningin bevindt weg en zet deze op een nieuwe bodem op een voorlopige plaats. Men neemt het darren raam dat nu verzegeld is weg om te vernietigen. Hiermee heeft men al een flink deel van de mijten gevangen. Vervolgens zoekt men de koningin (wat nu gemakkelijk gaat daar de vliegbijen snel afvliegen naar de oude standplaats) en plaatst deze in de onderste broedbak die ter plaatse is blijven staan en nu broedvrij is. Men neemt één van de belegde secties en plaatst deze in het tweede sectie raam dat zich in het midden van de onderbak (vlieger) bevindt. Deze belegde sectie zal dienen als loksectie. Men plaatst ook in dit raampje een lege sectie, eveneens voorzien van een stukje (ong. 1/3) werksterraat. Vervolgens de koninginnerooster en het honing hoogsel er op en de vlieger is gemaakt.

De mijten die zich nu nog in de vlieger bevinden kunnen de eerste 8 dagen alleen nog maar terecht in de overgehangen sectie.

Van de broedbak (nu B.A.1) zijn ondertussen genoeg bijen afgevlogen, zodat men deze kan voorzien van een deksel, een voerbak, en sluiten, en bij voorkeur naar een andere plaats brengen om herbesmetting van de vlieger te voorkomen.

Na negen dagen wordt uit de gemaakte vlieger de loksectie (die inmiddels verzegeld is en waarin zich de mijten bevinden die de laatste 8 dagen in het broed gegaan zijn) verwijderd.

Men neemt nu uit de vlieger ook een belegde sectie en vervangt deze door een lege. Deze sectie heeft men nodig als loksectie in de broedaflegger (B.A.1) waarin de doppen worden gebroken. Op het werkster gedeelte van de sectie kunnen de bijen opnieuw doppen trekken en in de rest kunnen de varroa mijten terecht. Men laat deze sectie veertien dagen in de aflegger zodat er een koningin kan uitlopen. (Men kan ook een koningin uit een kweekprogramma nemen). Men vervangt nog éénmaal deze sectie. Bij het verwijderen van deze laatste sectie kan men zien of er een koningin aanwezig is, eventueel aan de leg.

De biotechnische ingreep is nu ten einde. Als eerste reactie zou men denken dat, wanneer men al het broed wegneemt uit een volk, men nauwelijks nog een volk overhoudt. De praktijk bewijst echter het tegendeel. Uitgezonderd de eerste keer, heeft men telkens meer om bij te voegen, dan dat men wegneemt.

In de praktijk mag men verwachten dat een sterk en gezond volk ongeveer half mei zwermplannen heeft. Tijdens het zwermen zondert de koningin zich af met de vliegbijen. Met andere woorden, het maken van een vlieger in de zwermtijd verloopt vrijwel volledig in harmonie met het natuurlijk gebeuren.

De voordelen van deze methode zijn hierboven reeds beschreven.

Een gelukkig bijverschijnsel is dat de vlieger methode mits enige aanpassing ook werkt tegen amerikaans vuilbroed.

  Nadelen:

-Men moet enig inzicht hebben in de biologie van de bijen en de mijten.

-Het extra materiaal:

De sectie ramen zijn in de handel niet te koop, en niet elke imker kan deze maken.

-Meer werk?

De koninginnerooster leggen op dag – 24 kan men doen tijdens een voorjaarscontrole.

Hetzelfde geld voor het inhangen van de sectie ramen op dag – 10.

En ten slotte de vlieger maken duurt ook al niet langer dan een aflegger maken. Daar tegenover staat, dat men de eerste 5 a 6 weken na het maken van de vlieger geen zwermcontrole moet doen.

-Er zijn natuurlijk veel varianten mogelijk. Men kan bijv. deze werkwijze combineren met een mierenzuurbehandeling (een stoot behandeling.) Nooit wanneer er te slingeren honing aanwezig is.

-De vlieger methode is ook succesvol te combineren met beperkte broedruimte.

Niet twijfelen, gewoon doen. Succes verzekerd.  Je zal er uw bijen en uw klanten een goede dienst mee bewijzen

  

Pieter Roelands

Huisheuvelstraat 19

B-2990 Wuustwezel

Tel & Fax: +32(0)3/669.62.93

Met bronvermelding mag de hierboven beschreven methode verspreid worden zonder de schriftelijke toelating van de auteur.